Volledige prothese

Op deze pagina wordt de procedure beschreven, die gevolgd wordt om een voor een patiënt een volledige prothese te maken.
In principe verloopt het vervaardigen van een prothese in welke vorm dan ook altijd volgens een dergelijke procedure. Soms wordt er gebruik gemaakt van aanvullende technieken, afhankelijk van de voorkeur van de tandarts of de tandprotheticus.
Voor ieder onderdeel van de procedure wordt een aparte afspraak gemaakt.

In dit voorbeeld ziet u 65-jarige patiënte, voor wie een nieuwe volledigeprothese wordt vervaardigd in de bovenkaak en een immediaat prothese in de onderkaak. Dat betekent, dat in de zitting waarin de prothese wordt geplaatst eerst de resterende ondertanden en -kiezen zullen worden verwijderd.

De beginafdruk

Als allereerste wordt een afdruk gemaakt van boven- en onderkaak.
Het afdrukmateriaal is meestal een alginaat, zo genoemd, omdat het van oorsprong uit zeewier werd gemaakt.
Alginaat bestaat uit een poeder aangemaakt met lauw water. Het smaakt naar pepermunt en is binnen twee minuten voldoende uitgehard.

De individuele afdruk

Van de beginafdrukken worden in het tandtechnisch laboratorium gipsmodellen gemaakt. Op die modellen wordt een nieuwe afdruklepel gemaakt.
Aangezien deze lepel bedoeld is voor gebruik bij deze ene patiënt, wordt dit een individuele lepel genoemd.

Met de individuele lepel wordt een zeer nauwkeurige afdruk gemaakt van de kaken.
In een onbetande kaak wordt een dunvloeibaar afdrukmateriaal gebruikt op slikonenbasis .
In een betande kaak wordt alginaat gebruikt.

In het laboratorium worden de individuele afdrukken uitgegoten tot de definitieve modellen.

De vorm van de basis van de prothese ligt nu vast.

De relatiebepaling

Op de definitieve modellen zijn in het laboratorium beetwallen gemaakt.
Op een basisplaat van verwarmde schellak werd een stevige band was gezet.

De beetwallen worden gebruikt om te bepalen hoe straks de kiezen op elkaar komen te staan.

Door de was te verwarmen en te smelten wordt de hoogte van de toekomstige prothese bepaald en de plaats van de tanden vastgelegd.
Ook wordt bepaald hoezeer de lippen en wangen moeten worden opgevuld en waar het midden van de tandbogen ligt.

Als de “beet” is bepaald, worden de waswallen aan elkaar vastgezet en is daarmee de relatie van de bovenkaak ten opzichte van de onderkaak vastgelegd.

Passen in wasHet begint al ergens op te ljken.
De blauwe gipsmodellen zijn met wit gips vastgezet in een z.g. artikulator.
De waswallen zijn van elkaar losgemaakt en in de was van de waswallen zijn de tanden en kiezen van de prothese opgesteld.
De ondertanden in dit geval nog niet, omdat die nog in de mond zitten.
Als die er niet meer zouden zijn dan waren ook de ondertanden opgesteld.

De pasprothese kan nu in de mond worden geplaatst en beoordeeld.
Daarbij wordt gekeken naar:

  • de stand van de tanden
  • de vullingvanen de lippen en de kaken
  • de hoogte van het gebit
  • of de kiezen goed op elkaar komen
  • de vorm en kleur van de tanden.
Het plaatsen van de protheseIn het laboratorium is de pasprothese omgevormd tot de definitieve kunststof prothese.
Zoals u ziet zijn nu de ondertanden ook in de prothese opgenomen. Op het ondermodel zijn de tanden afgesneden en zijn de prothesetanden opgesteld. Daarna is de prothese afgewerkt, in kunststof geperst en gepolijst.

Bij de patiënte worden de resterende tanden verwijderd en de wondjes gehecht.
Vervolgens wordt de prothese geplaatst.

 

NazorgWanneer een nieuwe prothese een paar dagen gedragen is kunnen er op sommige plaatsen op het tandvlees kleine, pijnlijke blaartjes ontstaan.
Deze worden veroorzaakt, doordat de kunststof van de prothese op die plaats wat te dik is en het tandvlees wordt overbelast.
Als de blaartjes goed zichtbaar zijn, is het voor de tandarts gemakkelijk die plaatsen op de prothese op te sporen en daar een stukje van de kunsstof af te slijpen.
Het is daarom belangrijk, dat de prothese voorafgaande aan een controle-bezoek tenminste 24 uur is gedragen. Anders zijn de blaartjes zodanig genezen, dat ze niet meer zichtbaar zijn.