Fluoride

De werking van fluoride

Als er bij iemand beginnende gaatjes gezien worden, is dit het teken, dat te veel, te vaak en te lang ontkalkend zuur in de mond aanwezig is. Dit zuur wordt door de bacteriën uit de plak gevormd uit suiker.
Normaal gesproken worden de zuren geneutraliseerd door het speeksel en wordt de schade, die de zuren hebben toegebracht ook door het speeksel hersteld.
Nu echter is het evenwicht tussen aanval vanuit zuren en herstel vanuit het speeksel verstoord. Het veelvuldig gebruik van suiker is hiervan de oorzaak.

Fluoride kan het verstoorde evenwicht herstellen, met name als het tweemaal per dag tijdens de gebitsreiniging op de tanden en kiezen wordt aangebracht.

Voor de doorbraak

Voor de doorbraak wordt fluoride tijdens de ontwikkling van de tand of kies ingebouwd in glazuur en (in mindere mate) ook in het dentine. Daardoor wordt het glazuur harder en zal minder snel oplossen.
Zo is het beter bestand tegen het ontwikkelen van gaatjes.
Dit effect treedt op gedurende de gehele ontwikkelingsperiode van zowel het melkgebit als ook het blijvend gebit.
De fluoride wordt ingebouwd nadat het via de bloedbaan het ontwikkelende glazuur bereikt heeft. Het wordt zowel uit fluoride-tabletjes als ook uit tandpasta in het lichaam opgenomen.

Na de doorbraak

Na de doorbraak wordt fluoride rechtstreeks door het glazuur opgenomen, waardoor het harder wordt.

De belangrijkste bijdrage wordt geleverd door fluoride die in de altijd aanwezige tandplak wordt opgenomen:

  • Remming van het ontkalkingsproces.
  • Bevordering van het herstel door het speeksel.

Samengevat

Het regelmatig gebruik van fluoride bevordert de sterkte van het glazuur en draagt bij aan het eventuele herstel van glazuur vanuit het speeksel.